Pieter Hilhorst pleit ervoor dat we met elkaar zorgen dat mensen die te maken hebben met kwetsbaarheid, sneller in beeld komen zodat problemen minder uit de hand lopen. Hilhorst: ‘Financiën zijn hier een goed voorbeeld van. We weten dankzij allerlei onderzoeken dat het lang duurt voordat mensen met financiële problemen aankloppen voor hulp. In de periode die daaraan voorafgaat, is er misschien al beslag gelegd op hun loon en zijn er schuldeisers die zien dat het financieel niet goed gaat met deze mensen. En toch blijven ze buiten beeld van de hulpinstanties. Wat dat betreft zie ik te veel terughoudendheid in onze maatschappij om iets te doen. Om signalen goed op te pikken en mensen echt te begeleiden naar hulp. En let op: begeleiden naar hulp is iets anders dan tegen mensen zeggen bij wie ze terecht kunnen. Want daar vervolgens ook komen, is niet voor iedereen weggelegd.’
Maatschappelijke verantwoordelijkheid
Mooie woorden van Hilhorst. Maar geen nieuwe woorden. Het is inderdaad al langer bekend dat het een tijd duurt voor mensen met financiële problemen aankloppen voor hulp. En dat mensen die bijvoorbeeld een licht verstandelijke beperking hebben of laaggeletterd zijn moeite hebben om zich staande te houden in onze ingewikkelde maatschappij. En toch verandert er nog niet veel. Waar gaat het mis? Hilhorst: ‘Iets simpel organiseren is het moeilijkste dat er is. Onze verzorgingsstaat is niet ingericht vanuit degene die er baat bij heeft, maar vanuit geldstromen en organisaties. We hebben daardoor de neiging om alles op te splitsen in kleine taken waarvoor we zelf verantwoordelijk zijn. Een waterbedrijf is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het leveren van water en het innen van watergeld. Maar als een burger niet betaalt, is het niet de verantwoordelijkheid van het waterbedrijf die burger te vragen of het fijn zou zijn als er iemand met hem meekijkt naar zijn financiën. Terwijl alleen al door die vraag te stellen, problemen voorkomen kunnen worden. Maar de samenleving is zo ingericht dat mensen worden afgerekend op hun taak en niet op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid.’
Basissteun
Als het zou lukken om hier verandering in aan te brengen, zijn we al een heel eind op weg naar een oplossing, denkt Hilhorst. Hij wil daarom toe naar een samenleving waarin veel meer basissteun wordt georganiseerd. ‘Iedereen zou iets extra’s moeten doen bovenop zijn taak. Werk je bij een gemeente en komt er iemand aan jouw loket? Zeg dan niet “Uw vraag hoort hier niet” als je iemand niet kunt helpen, maar kijk waar iemand wél terecht kan. Bel daar ook even achteraan en maak bijvoorbeeld alvast een afspraak voor degene die voor je staat. Ja, dat levert extra werk op. Maar het is wel een prettigere, vriendelijkere en menselijkere manier van werken. Ik geloof er echt in dat we die kant op moeten. Het is sleuren, maar tegelijkertijd weten we ook dat er bijvoorbeeld meer dan een miljoen mensen zijn met geldzorgen. Als we allemaal alleen maar afwachten tot de problemen van die mensen uit de hand gelopen zijn, wordt het veel moeilijker, en veel duurder, om die problemen op te lossen.’
Steunstructuren
Basissteun kan volgens de actieonderzoeker meerdere zaken inhouden. Ten eerste natuurlijk vroegsignaleren, waar niet alleen sociaal professionals, maar ook bijvoorbeeld gemeenten en nutsbedrijven een taak in hebben. Daarnaast is ondersteuning van belang. Dat kan ondersteuning in de vorm van een persoon zijn, maar ook in de vorm van technologie. ‘Als je kijkt naar mensen met een licht verstandelijke beperking, zie je dat hun wens naar zelfstandigheid er soms toe kan leiden dat ze in de problemen terecht komen. Dat komt omdat het nu vaak zo is dat ze óf alles zelf doen, óf onder curatele gesteld worden. Er is geen middenweg. We moeten daarom op zoek naar nieuwe manieren van werken. Een mooi voorbeeld daarvan is de veilige rekening. Jongeren met een lvb krijgen dan twee rekeningen, één voor hun vaste lasten en één vrije rekening. Over de vrije rekening gaan ze zelf. Willen ze iets veranderen aan hun rekening voor vaste lasten, kan dat in overleg met een door henzelf gekozen vertrouwenspersoon die zorgt dat het niet uit de hand loopt. Ook de JIM-methode, waarbij een jongere zelf een vertrouwenspersoon uit zijn of haar informele netwerk kiest die hem of haar ondersteunt, met als doel uithuisplaatsing voorkomen, is een mooi voorbeeld een ondersteuning in de vorm van een persoon.’ Daarnaast kan ook technologische ondersteuning basissteun bieden. Als voorbeeld daarvan noemt Hilhorst GoOV, een app die mensen die om wat voor reden dan ook moeite hebben met reizen begeleidt door hun reisproces op te delen in kleine, behapbare stappen om zo van deur tot deur te komen. ‘Dit soort steunstructuren, waarbij mensen mét ondersteuning zelfstandig kunnen worden, zijn we nu niet gewend. Het credo is mensen tijdelijk te helpen zodat ze daarna zelf verder kunnen. Maar voor sommige groepen gaat dat niet op. Daarom zou het goed zijn als we ons daar bewust van zijn en we ook nadenken over de middenweg.’