Het rapport is een vervolg op het onderzoek dat de inspectie in 2005 en 2006 deed bij alle 640 instellingen voor verpleeghuiszorg. Toen signaleerde de inspectie een lichte verbetering in de kwaliteit van verpleeghuiszorg en concludeerde dat een kwaliteitsslag gaande was. Uit dit vervolgrapport blijkt dat de 149 achterblijvers van toen nu ook de goede kant op gaan.
Structurele verbetering
De inspectie ziet een structurele verbetering, maar vindt wel dat dit op onderdelen te langzaam gaat. Zo moeten de instellingen bijvoorbeeld beter luisteren naar de zorgvraag van de cliënt. De hulp bij het eten en drinken en het toezicht op dementerende ouderen is verbeterd, maar nog niet bij alle instellingen gegarandeerd. Ook het systematisch bewaken van een verantwoord zorgniveau vordert gestaag, maar te langzaam.
Achterblijvers
Het inspectierapport ‘Verpleeghuiszorg op de goede weg’ geeft geen compleet beeld van alle instellingen voor verpleeghuiszorg, maar richt zich alleen op de 149 instellingen die in het vorige inspectieonderzoek het slechtst scoorden.
Totaal
Medio 2008 worden de resultaten van de prestatiemetingen (cliëntenwaardering en zorginhoudelijke indicatoren) van alle instellingen voor verpleeghuiszorg openbaar via het
Jaardocument Zorg. Op basis van de resultaten van deze metingen en de eerdere inspectiebevindingen bepaalt de inspectie welke instellingen zij het meest risicovol vindt. Deze instellingen krijgen komend jaar opnieuw inspectiebezoek.