Pas nog was ze bij een oudere dame, een buurtbewoonster maakte zich zorgen over haar. Reden voor Fien Cruts om eens langs te gaan. ‘De thee die ik kreeg, was zo licht, zo vaak had ze het theezakje al hergebruikt. Toen ik in de keuken op een bordje een groen uitgeslagen boterham zag liggen, schrok ik. De ijskast was bijna helemaal leeg, op een potje beschimmelde jam na.’
Te trots om hulp te vragen
Het zijn dit soort situaties die haar aan het hart gaan. Zo’n oudere dame die nauwelijks iets te eten heeft en te trots is om hulp te vragen? Inmiddels heeft Fien geregeld dat de oudere dame drie keer per week een maaltijd krijgt thuisbezorgd. ‘Die hoeft ze alleen maar op te warmen en we brengen haar ook nog wat wekelijkse boodschapjes.’
Náást mensen
Presentiewerker Fien Cruts – van de term wijkpastor is afscheid genomen – weet als geen ander hoe armoede in Nederland eruitziet. Ze kent de schaamte, de moedeloosheid maar ook de woede. ‘Ik werk volgens de presentiemethode en dat houdt in dat we náást mensen staan. Ik neem de tijd om koffie te drinken, om te luisteren. Samen optrekken, zodat mensen zich gehoord en gezien voelen. Er is er één die me wel serieus neemt, die me begrijpt. Ik tel mee, daar gaat het om.’
Het team van stichting Wijkpastoraat Vrank telt ruim 150 adressen. De problematiek in de wijk is de afgelopen jaren veranderd, ziet ze. Complexer geworden. Verslaving, schulden, ernstige psychiatrische problematiek. ‘Dat vind ik nog wel eens spannend. Om bij iemand met een psychose binnen te stappen. Zo was er bijvoorbeeld een moeder die met een mes tegenover haar dochter had gestaan, ik ga daar wel naar binnen. Ze is later ook opgenomen. Maar later – toen zij weer terug naar huis mocht – wist zij nog wel dat ik er ook was toen het niet goed met haar ging.’
Geen hulpverlener
Dat is een heel belangrijk uitgangspunt van de presentiebenadering. Samen optrekken, in goede én slechte tijden. Cruts heeft tijd om een praatje te maken, om een spelletje te doen. ‘Ik ben geen hulpverlener. Ik ben veel meer een brug tussen hulpverleners, instanties en de gemeente. Mensen zijn vaak zo boos, ze hebben het helemaal gehad met al die instanties, hebben al zoveel hulpverleners voorbij zien komen.’
Bestaansonzekerheid
Bestaansonzekerheid vreet aan mensen, weet ze. Ze ziet bewoners soms wegzakken in een diepe depressie. Daarom duurt het vaak zo lang voordat mensen hulp vragen. Bij de ene buurtbewoner staat Fien wekelijks voor de deur, bij de ander gaat ze één keer in de maand langs. En dan heeft ze haar lief- en leedgroepjes, kleine groepjes vrouwen die al jaren – eerst onder leiding van Fien – samenkomen, koken en naar elkaar omkijken. ‘Ze zijn elkaars familie geworden. En die lief- en leedgroepjes koken nu weer voor andere bewoners in de wijk. Ook dat is belangrijk: geef mensen een taak, dat geeft voldoening.’
Wantrouwen
Het wantrouwen richting overheid en instanties zit diep. Fien wordt regelmatig benaderd door hulpverleners omdat ze geen contact meer krijgen met een bepaald gezin. ‘Bij het gemeentehuis weten ze zich soms ook geen raad met bepaalde mensen.’ Ze weet dat de meeste professionals hun werk met de beste bedoelingen doen. ‘Maar zij zitten vaak in een heel lastig parket. Een maatschappelijk werker die maar twintig minuten heeft voor een gesprek? Hoe moet je dan vertrouwen opbouwen? Het gebrek aan tijd, de enorme werkdruk en dan hebben ze vaak ook nog met allerlei reorganisaties te maken. Dan moeten ze weer naar een andere wijk, naar andere gezinnen.’
Vertrouwen geven
Toch is die lange adem volgens haar cruciaal. Zeker bij mensen waar de problemen tegen de plinten klotsen en die eigenlijk al helemaal afgehaakt zijn. Alleen door de tijd te nemen, kun je zorgen voor vertrouwen. ‘Dan kan je bereiken dat mensen zich bij je op hun gemak voelen. En als je vertrouwen geeft, dan krijg je daar zo veel voor terug.’ Ze vertelt over een jonge vrouw die ze als een pasgeboren baby nog in haar handen heeft gehouden. ‘Dat meisje is nu zelf zwanger. Fien, wil je ook bij mijn bevalling zijn, vroeg ze me pas. Dat is heel mooi.’