In het kader van de Week tegen Kindermishandeling brachten Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) en de Kinderombusman op maandag 20 november gezamenlijk het rapport ‘De gemeentelijke inzet voor preventie van kindermishandeling’ uit. Conclusie is dat de Nederlandse gemeenten in vergelijking met 2014 meer beleidsmaatregelen zijn gaan inzetten voor de preventie van kindermishandeling, deze beter geborgd zijn en ze meer zicht hebben op het bereik van hun inspanningen. Maar er zijn nog steeds verbeteringen nodig en mogelijk.
Zicht op risicogroepen
Uit de rapportage komt bijvoorbeeld naar voren dat gemeenten ten opzichte van 2014 meer zicht hebben op risicogroepen, maar dat er op bepaalde risicogroepen nog maar een beperkt zicht is. Margrite Kalverboer: ‘Over alle genoemde risicogroepen zijn er binnen de gemeenten nu meer cijfers voorhanden dan in 2014, behalve over zorgmijdende gezinnen. Gemeenten hebben met name zicht op het aantal gezinnen met een ondertoezichtstelling (75 procent), en iets meer dan de helft heeft zicht op het aantal ouders dat niet wordt bereikt door de JGZ of het CJG, het aantal multiprobleemgezinnen en gezinnen met een gezinscrisis. Gemeenten hebben echter nog steeds beperkt zicht op alle andere risicogroepen zoals kinderen in een asielzoekerscentrum of kinderen die zelf een licht verstandelijke beperking hebben of waarvan één van of beide ouders licht verstandelijk beperkt is.’
Papieren werkelijkheid
Om het risico op kindermishandeling onder deze groepen te verminderen, moeten gemeenten deze groepen volgens Kalverboer eerst goed in beeld krijgen en vervolgens moeten deze groepen op de juiste manier worden bediend. ‘Soms betekent dit dat materiaal moet worden aangepast in een voor hen begrijpelijke taal, soms moeten extra inspanningen gedaan worden om de groepen te bereiken. Het preventiebeleid kan nog zo goed zijn, maar zolang we niet weten of de ouders en kinderen die het nodig hebben bereikt worden, blijft het een papieren werkelijkheid.’
Professionals zijn al jarenlang intensief bezig om kindermishandeling te signaleren en aan te pakken. Toch daalt het aantal kinderen dat psychisch of fysiek wordt mishandeld niet. ‘De hulp is vaak gericht op veiligheid en niet op de onderliggende oorzaken van geweld’, zegt Hilde Bakker. Lees meer >>
Effectieve methoden en programma’s
In het rapport pleiten de onderzoekers voor het gebruik van effectieve methoden en programma’s om de preventie van kindermishandeling over de hele linie te verbeteren. Kalverboer licht toe: ‘Het is belangrijk om bij het opstellen van beleid optimaal gebruik te maken van de actueel beschikbare kennis op dat gebied. Belangrijk is te leren van goede voorbeelden en van elkaar en gebruik te maken van de kennis die aanwezig is bij kennisinstituten, zoals NJi en Movisie, en bij Augeo. Gemeenten en professionals hebben hier beiden een taak in. Gemeenten kunnen specifieke programma’s inkopen en laten uitvoeren door professionals.’
Signaleren
Kalverboer erkent dat professionals steeds beter signaleren en het aantal meldingen bij Veilig Thuis stijgt. Dat betekent dat aan steeds meer kinderen een passende ondersteuning of hulp verleend kan worden. ‘Maar daarmee weten we nog niet of kindermishandeling afneemt. De gegevens in het rapport zeggen namelijk niets over het terugdringen van kindermishandeling. Wel mogen we aannemen dat een beter preventief gemeentelijk beleid bijdraagt aan het verminderen van kindermishandeling.’